Dieren rond en om het huis

Dieren rond en om Uw huis verzorgen is leuk. Wie heeft er nooit eens de eendjes in de vijver gevoerd? Toch zijn er wat dingen waar U op moet letten, hieronder volgen wat tips:    

De Egel:

    

Wat U niet moet doen:    

Egels houden van nature in de winter een winterslaap maar soms komt het voor dat ze verkassen of een ommetje maken. U moet geen bijvoeding geven aan egels die bij U in de tuin komen. Egels hebben hun natuurlijke voedsel nodig om gezond te blijven. Melk is helemaal uit den boze, egels krijgen daar meestal een onstuit­bare diarree van, met vaak een dodelijke afloop. Elke egel heeft van nature inwendige parasieten zoals maag en darmwo­rmen. Wanneer een egel zijn natuurlijke voedsel niet meer krijgt, gaan die parasieten zich sterk vermeerderen en loopt de egel kans te sterven. U moet nooit een egel meenemen, tenzij de noodzaak (gewond of zich niet inrollen bij aanraking) er is en U moet zeker nooit zelf gaan dokteren met een zieke, gewonde of ondervoede egel.    

Wat U wel kunt doen:    

U kunt een egel die bij strenge vorst rondloopt, maar een gezonde indruk maakt (misschien verstoord in zijn winterslaap door bijvoorbeeld een hond) een goede slaapplaats bieden. Zo’n plaats is een flinke hoop lappen, bladeren en dergelijke onder een afdak, een hout­stapel of zoiets. Wel zo dicht mogelijk bij de vindplaats. U kunt een egel die gewond is (zich niet inrolt bij aanraking of een zieke indruk maakt) meenemen. De vindplaats nauwkeuring noteren. Thuis de egel in een doos op een koele plaats (10 tot 15 graden) zetten en een egelasiel of de landelijke egeltelefoon bellen voor informatie en adressen. tel: 038-532982 / 05780-14413    

De goudvisvijver:

Een goudvisvijver in uw tuin staat altijd erg mooi. Wilt u in de toekomst een vijver in uw tuin gaan aanleggen, houd dan rekening met de volgende punten: De vijvermaat moet minimaal 4 m2 zijn. Goudvissen zijn bescheiden gasten. Het belangrijkste voor hen is schoon en zuurstofrijk water. De vijver moet voorzien worden van een goede filter en luchtpomp. Goudvissen hebben de neiging zich snel voort te planten dus begin met 3-4 vissen. Voor het overwinteren hebben goudvissen een diepwaterzone van onge­veer 1 m2 nodig die 70 cm diep is. Bij strenge vorst is een diepte van 80-90 cm aan te bevelen. Bij geringe diepte moeten de vissen in een  ruim aquarium overwinteren. Plaats uw vijver op een plaats waar ze ± 4-6 uur zon krijgen, wel moet er ook schaduw zijn. Deze is te verkrijgen door hoge planten of struiken langs de oevers aan te brengen. Ook waterlelies zorgen voor voldoende schaduw. Goudvissen houden wel van zon maar zoeken ook graag wat schaduw op. Voer uw vissen spaarzaam, nooit meer dan ze in een keer opkunnen, doe dit twee keer per dag. Er is hiervoor speciaal vijvervoer in de handel. In de winter als de temperatuur van het water 12 graden of minder wordt moet men stoppen met het voeren, de stofwisseling van de vissen vertraagt. Ze kunnen niets meer verteren en bereiden zich op deze manier voor op de winter. Pas in het voorjaar als de watertemperatuur boven de 12 graden komt, kunt U weer beginnen met het bijvoeden van de vissen. Zorg dat in de winter de vijver nooit helemaal dichtvriest, onder het ijs gaat immers het leven gewoon door. Dek de vijver af en houdt in elk geval een gat in het ijs open. Aan goudvissen in uw vijver kunt U veel plezier beleven, hou wel rekening met het feit dat goudvissen meer dan 20 jaar kunnen worden en ze zorgen in uw vijver ook voor een rijkelijk nageslacht. Kikkers en padden: Een vijver trekt veel kikkers en padden aan. Voor kikkers gelden de volgende regels: waterlelies met blad waar ze graag op zitten, een oever met zon en een goed begroeide ondiepwaterzone waar aanwezige vis niet kan komen. Riet als schuilgelegenheid is aan te bevelen. Op het vaste land hebben padden de voorkeur voor zachte grond waar ze in kunnen graven en een hoop stenen die U met onkruid of bodembedek­kers moet laten overgroeien. De aanwas in de zomer mag niet afgeknipt worden, zodat er een vochtig microklimaat ontstaat met slakken en insekten, dit kan als voedsel voor padden dienen. Als deze dieren zich in uw tuin gevestigd hebben, kunt U bij de plaats­elijke natuurbeschermings instantie informeren wat u kunt doen omze te beschermen tegen verkeer in de buurt, dit in geval U bij een drukke weg woont.
    

Vogels:

  
In de herfst trekken vele vogels weg om te overwinteren in zuidelijke gebieden, dat weet iedereen maar, wat niet iedereen weet is dat er ook veel vogels uit Noord en Oost Europa bij ons komen om te genieten van onze betrekkelijk zachte winter. Deze vogels zijn bij strenge kou op menselijke hulp aangewezen wat betreft voedsel. Bij een strenge kou moet een vogel, om zijn vrij hoge lichaamstemperatuur van ca. 40 gr. celcius te kunnen handhaven, al vrij snel de in zijn lichaam aanwezige reserves aanspreken en daardoor neemt hij in korte tijd belangrijk in gewicht af. Hier komt nog bij dat de dagen korter worden en dus de vogel minder tijd heeft om voedsel te verzamelen. Voederen kan men tussen de tweede helft december tot omstreeks midden maart. Te vroeg voederen van vogels is niet goed. Vogels die normaal naar het zuiden vliegen zouden dan verleid kunnen worden om te blijven en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Te lang voederen is ook niet goed. In het voorjaar moeten de vogels weer geleerd worden zelf hun voedsel te zoeken in de natuur. Het kan zelfs gevaarlijk zijn als ze bijvoorbeeld nootjes uit het vogelhu­isje aan hun jongen zouden geven, deze zouden dan stikken want ze mogen dat voedsel nog niet hebben.
 
Wat de diversen vogels mogen eten zetten wij hieronder op een rij:
 
ZAADETERS INSECTENETERS WATERVOGELS
Brood Brood Brood (liefstgemengd met traan)
Gemengd zaad Appels en peren Ongekookte havermout
Pinda’s Alle soorten bessen Gehakt groenvoer
Pinda gruis bollen Pinda gruis bollen Maalgerst
  Gewelde krenten  
  Gemengd kippevoer  

Het zal U duidelijk zijn dat fruit nooit bij strenge vorst kan worden gevoerd want dat bevriest. Wij hopen dat U hiermee de vogels een handje kan helpen in de winter.